Het IK is een multiversum. Er leeft niet een enkele ik in het hoofd van een persoon, het zijn er meerderen, tientallen, honderden. Al die ikken hebben elk hun eigen verlangen dat verbonden is aan een illusie. Sommigen zijn licht, anderen donker. Ze zijn als een volk in je hoofd, een populatie van brulboeien. De een wil eten, de ander sporten en weer een ander wil neuken. Ze maken van je hoofd een heuse democratie waarin de luidruchtigste de macht grijpt om zijn onderliggende drijfveren te bevredigen.

Door de kakofonie van al die ikken dreigen er innerlijke conflicten en vragen we ons af wie er aan het roer staat. We zijn gewend naar ze te luisteren en als het teveel wordt dan slikken we een pil of trekken we een fles wijn open om de boel te dempen. Onze persoonlijkheid, dat waarmee we ons aan de buitenwereld presenteren, heeft iets van een marionet waarvan de ikken de touwtjes in handen hebben en stevig hun zin doordrammen voor een stukje aandacht. Het is ieder voor zich, maar wie heeft nu de leiding in ons hoofd? Wie kan de op hol geslagen koets tot stilstand brengen voor deze in volle vaart door de muren van het koetshuis rijdt?
Als we uitzoomen en ons de aarde voorstellen als een hoofd dan zijn er miljarden ikken die allemaal iets willen. Sommigen trekken gezamenlijk op en vormen een groep, anderen zijn dan weer goed in hun eentje of in het manipuleren van groepen. Dat wat niet bijdraagt aan de wil van de sterkste wordt onder de voet gelopen door zijn volgelingen. Wat overblijft is een residu dat doet denken aan een festivalterrein daags na het feest of een vervuilde rivier waar op de oevers ratten zich tegoed doen aan alles wat aanspoelt. Waar de aandacht naartoe gaat, waar we verontwaardigd over zijn of wat we bewonderen, is een afspiegeling van wat er in ons hoofd aan de gang is.
Op een ander niveau in ons binnenste leeft er iets dat meer onafhankelijk opereert, misschien te vergelijken met een gids of iets dat de weg kent door het doolhof van het leven. Het laat zich niet horen, het is als de oude wijze die zwijgzaam en blind onder een boom zit. Het vraagt geen aandacht en is tevreden met de lucht die ingeademd wordt. Het kan zien omdat het weet. De wegen die het bewandeld heeft zijn verankerd in de herinnering en het kent elke doodlopende steeg en elke valkuil. Werkzaam tussen de persoonlijkheid en haar eigen wereld, bewandelt het de weg naar binnen.
Dit ‘zelf’ manifesteert zich zodra we niet langer luisteren naar de meningen die rondzingen in het hoofd; de echo’s van wat anderen zouden vinden, de patronen die zijn opgelegd door de buitenwereld. Als we de machine even stilleggen om te zien waar we staan dan wijst het de weg naar waar we thuis zijn.
Dat is wat alle ikken willen; huiswaarts om niet langer bespeeld te worden door behoeftes en illusies. Hier vinden we ons Zelf terug. Als we de vraag stellen wat binnen onze controle ligt en wat daarbuiten, en hierbij de moed verzamelen om tegenslagen te kunnen omarmen dan spreekt het Zelf en zwijgen de miljarden ikken.
Geef een reactie